vrijdag 28 augustus 2015

De Pépinière

Natuurlijk werden er van het monument voor Camille-Aimée Coquilhat prentkaarten gedrukt, zoals deze bijvoorbeeld:


Dat monument staat er nog altijd, al duurde het een tijdje eer ik het vond, wat verborgen tussen de bomen en misleid als ik was door de weergave op de prentkaart.


Het beeld is van de hand van Jacques de Lalaing. In het boekje Antwerpse standbeelden (Antwerpen : De Vlijt, 1983, p. 97) wordt het omschreven als "Van Coquilhat is niet zo veel te zien : een bronzen medaillon onderaan het monument. Blikvanger is de levensgrote negerin, die in zwierige en bevallige houding op een boomstam schijnt te genieten van de herwonnen vrijheid". In 2001 is men tot een ander inzicht gekomen: "Een naakte negerin met weelderige vormen staat op een uitstekende knoest van een boom; haar hoofd steekt tussen de bladeren. Zij buigt zich voorover om hulde te brengen aan het portret van Coquilhat".
Geciteerd uit Stadsbeelden Antwerpen anno 2001 ( Antoon Van Ruyssevelt. - Antwerpen : 2001, p. 138). Met prachtige foto's trouwens van buurman en fotograaf Jan Kempenaers.

Van Chamonix en Genève over Antwerpen naar Congo






Deze kaart van de mannen die een gletsjer beklimmen in Chamonix kreeg Emma Beaujean (Veuve Coquilhat) in 1907 toegestuurd door haar zuster in Genève. Ze woonde toen aan de Boulevard Léopold, de huidige Belgiëlei. 



Emma Antoinette Euphémie Beaujean (°Luik, 1826 - +Antwerpen, 1910) zoals ze voluit heet, is de weduwe van Casimir Coquilhat. Dat is niet de man naar wie de Coquilhatstraat in Antwerpen is genoemd, maar wel de vader ervan. De Vaderlandstraat, zoals de straat vroeger heette, kreeg in 1891 haar nieuwe naam naar aanleiding van het overlijden in Boma, Congo, van Camille-Aimée Coquilhat. Een beroemd man toentertijd, die in het zog van Stanley mee naar Congo trok en het uiteindelijk in 1890 tot vice-gouverneur schopte van dat land. In de bibliotheken van de UAntwerpen en van de erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience zijn er van zijn hand enkele werken over Congo te vinden.

Lang kon hij niet genieten van die status, want in 1891 was zijn pijp uit: dysenterie (een wetenschappelijker woord voor diarree). Postuum kreeg hij dus een straat naar hem genoemd, en een monument in wat toen de Pépinière heette, het huidige Albertpark. In Congo zelf werd Equateurville omgedoopt tot Coquilhatville (het huidige Mbandaka).

 Ook vader Casimir Erasme Coquilhat was geen onbelangrijk man. Hij was inspecteur van oorlogswapens en bevelhebber van het artilleriemateriaal in Antwerpen, en als specialist ter zake schreef hij daar enkele werken over. Door sommige bronnen  wordt hij daarom als een van de grootvaders van de moderne ruimtevaart beschouwd. Casimir Erasme Coquilhat overleed in 1890, 79 jaar oud, maar een jaar voor zijn zoon stierf, als gepensionneerd generaal-majoor, Commandeur van het Leopoldsorde, versierd met het gedenkkruis der vrijwilligers van achttienhonderddertig en het Militair Kruis, Ridder der Orde van den Nederlandschen Leeuw en van verscheidene andere Orden.




Institut Van den Bussche, Van Geertstraat 35



Een wat rare tuin (500 m²!), die van het Institut Van den Bussche in de Van Geertstraat nr. 35. Het moet in de lente geweest zijn, de bomen met hun witgekalkte stammen lijken te botten.
Situation salubre. Dat moest ik opzoeken: "gezonde situatie". Dat mag je wel veronderstellen van een school. En toch, om bij bezorgde ouders geen misverstanden te laten bestaan: L'établissement est soumis à une inspection médicale régulière.

Zou dat de reden zijn geweest dat de ouders van onze in 2007 overleden buurvrouw Magda C. haar naar die school stuurden?




De school is nu geen school meer. De firma Landwin bouwt er een heel nieuw complex "VG27" waarin het gebouw wordt geïntegreerd.

maandag 20 juli 2015

De laatste kaart?


This is your last card. I dont see the use of sending you any if you’ve no book to put them in. The dogs send you their love. I expect more snow soon. E.

Een kaart om te koesteren, deze litho van de gebroeders Seghers uit Antwerpen. Ik heb lang getwijfeld om ze te kopen, enerzijds gecharmeerd door de tekst, anderzijds wat afgeschrikt door de prijs (oorspronkelijk meer dan 4 Britse pond). En dan was ze ineens afgeprijsd, en dan kocht ik ze van Edward in Wales en na meer dan vier weken was ze nog altijd niet toegekomen. Verloren in de post, dachten we, en Andrew had me het geld al teruggestort (God, bless that Welshman!) toen na enkele dagen de kaart toch in de bus viel. Het geld dan maar terug teruggestort aan Andrew.



Een zekere E. stuurt deze kaart waarschijnlijk aan zijn vrouw, en het zal wel niet de eerste zijn geweest, maar waarschijnlijk wel de laatste. Want ze heeft geen boek om ze in op te bergen. Het bericht zelf is een prachtige cocktail. Van wrevel, omdat ze de postkaarten die hij stuurt niet de nodige zorg kan geven. Gemengd met een liefdesboodschap van de honden. En als afsluiter het onvermijdelijke nieuws over het weer.

Geen How are you, dear? of I miss you! maar een onbeschaamd met-de-deur-in-huis-vallen: van mij moet je geen kaart meer verwachten! Het deed me denken aan de communicatie tussen partners die al vele jaren samenwonen. In hun conversaties is er dikwijls geen plaats meer voor enige omzichtigheid, een buitenstaander ervaart die als brutaal. En o ja, zien doen ze elkaar nog graag, maar dat wordt niet meer rechtstreeks gezegd, je moet het lezen, verborgen in andere boodschappen. The dogs send you their love En dan gooien ze het vlug over een andere boeg (laten we het maar over het weer hebben...).

Van waar precies de kaart is verzonden, is niet duidelijk. Ze draagt geen postzegel, noch een afstempeling. Is ze verzonden in een omslag? Is ze vertrokken van het vasteland – Antwerpen? Ook afzender en bestemmeling zijn niet helemaal zeker.Gaat het om kolonel Alfred Thrale Perkins (wiens dagboeken bewaard worden in het Somerset Heritage Centre) en zijn vrouw, Mary Frances Falls  die volgens de Census (volkstelling) van 1901 op het adres 99, Sydney Place, Bath woonde(n)?

Het is alleszins niet de laatste kaart die ik zal kopen van Andrew.

vrijdag 29 mei 2015

De puntjes en de i: hoe een postkaart helpen kan

De Scala is afgebrand! 




Anneessensstraat 22. Op de plaats van het huidige filmzalencomplex UGC stond vroeger de filmzaal Metro en daarvoor de theaterzaal Scala, gebouwd in 1884. Die brandde af in januari 1906. Dat moet me wat geweest zijn! Ijzig koud was het; volgens de Gazet van Antwerpen (26 januari 1906) de koudste nacht van de hele winter tot dusver. De wanten vroren vast aan de handen van de brandweer “die het aldus langs den eenen kant zooveel te warm had als van den anderen te koud”. En dan moest er niet alleen geblust worden, maar ook nog honden en apen en een kat gered uit het gebouw. Om de mensen niet te vergeten, want de directeur, zijn vrouw en zijn dochtertje, Simonne, lagen te slapen toen de vlammen uitbraken. En volk, volk dat er kwam kijken, “van waar komen ze uit! Zouden sommige menschen soms in kousen en schoenen slapen, tegen dat er in 't holste van den nacht iets voorvalt?

Frans Lauwers, in "De Antwerpenaar en zijn Statiekwartier" (p. 75), dateert de brand in de Scala op vrijdag 26 januari. En de website die ik vond rond de zaal, Theater Scala, Anneessensstraat 28, Antwerpen, gaat daar helemaal in mee. Lauwers zal zich wel vergist hebben, op basis van de datum van de krant zelf. Het drama gebeurde op 25 januari vroeg in de ochtend, zoals trouwens ook al aangegeven wordt op enkele ansichtkaarten op diezelfde website. Bovendien is er mijn bron Alberta, die, niettegenstaande het slechte weer (“il fait un temps détestable”) is gaan kijken naar de brand en daarover een kaartje schrijft dat ze op 25 januari 1906 (poststempel bij vertrek: 25 janv 06, 19-20u) verstuurde aan Théo, een onderwijzer in Limal. “Tout est détruit, il n’en reste plus que les murs. ... Je t’enverrai un journal contenant tous les détails”.



Bij de brand zouden volgens Lauwers (of misschien: volgens de Nieuwe Gazet die hij als bron gebruikte?) een tweetal lichtgewonden zijn gevallen. Niets van aan, schrijft de Gazet van Antwerpen: “het voornaamste is dat de ramp slechts stoffelijke schade veroorzaakt. Van het geruchtmakend sensatie-titeltje, waarmede een blad zijnen verkoop poogde aan te blazen: ”Verscheidene pompiers gekwetst” is gelukkiglijk niets aan.” En de krant besluit, enigszins ironisch-cynisch: “Gesteld dat het gebouw der Anneessensstraat beschikt was om te verdwijnen, heeft het dat zoo ordentelijk mogelijk, en met de minst mogelijke schade gedaan”.

Ook de Gazet zat er wat dat betreft naast: in september 1906 vonden er al opnieuw evenementen plaats in de Scala.




Kijk ook naar de foto's!!


vrijdag 13 februari 2015

Bompa

Tous mes meilleurs voeux pour l’année 1914 t’accompagnent mon cher bon papa...

Een vooruitziende kleinzoon stuurde dit kaartje op 10 december 1913 vanuit Valparaiso naar zijn grootvader in Belgica, Amberes, 6 rue Kipdorp. De postkaart deed er meer dan 3 weken over en kwam uiteindelijk op 2 januari 1914 in Antwerpen toe.

De kleinzoon is Robert Grisar, voluit Robert Gustave Grisar, geboren in 1890 in Antwerpen als oudste zoon van Emile Grisar en Alice Delvaux. Hoe Robert precies in Valparaiso is terechtgekomen is me niet zo duidelijk. Maar als twintigjarige scheepte hij in 1910 vanuit Antwerpen en met domicilie in de Lange Gasthuisstraat, in op het stoomschip Amerika en kwam op 6 augustus aan in Ellis Island, VSA. Dat is allemaal terug te vinden op de site van de Liberty Ellis Foundation. En de Grisars hàdden al roots in Chili en Valparaiso. Een broer van zijn grootvader langs vaderszijde (Jules Armand Grisar, °15.6.1830) was rond 1850 consul van België in Chili.

Het was echter aan de andere grootvader, langs moederszijde, dat Robert zijn kaartje richtte: Frédéric Delvaux, afkomstig van Leuven, maar advocaat in Antwerpen en ook, van 1900 tot aan zijn dood in 1916, volksvertegenwoordiger voor de liberalen en (ere)voorzitter van de Liberale Vereniging van Antwerpen (zie zijn fiche in Odis)

Robert wenste zijn bon-papa veel succes toe met die functies. En hij sprak tegelijkertijd de hoop uit dat "le projet Poullet ne verra jamais le jour!". Dat zal dan wel gaan om Prosper Poullet (zie Odis), ook al van Leuven afkomstig, en ook volksvertegenwoordiger, maar dan voor de katholieken. Van 1911 tot 1918 was hij minister van Kunsten en Wetenschappen in de regering-De Broqueville I, die oorspronkelijk alleen uit katholieken bestond. En zou dat vermaledijde project misschien de wet Poullet kunnen zijn, die in 1914 de leerplicht invoerde voor de 6- tot 12-jarigen?

Volkomen terzijde, ik heb dit even moeten opzoeken, omdat ik intuïtief “grootvader” zou vertalen als “grand-père”:
Bon-papa : grootvader, zo lees ik in mijn onafscheidelijke Prisma Frans-Nederlands woordenboek (Utrecht : Spectrum, 1969). Dat boekje erfde ik van mijn vader, en dat is onweerlegbaar: zijn stempel prijkt nog op de franse titelpagina (voor diegenen die niet in een bibliotheek geboren of getogen zijn: dat is de titelpagina vóór de eigenlijke titelpagina, waarop meestal alleen de titel en de auteur voorkomen). Bon-papa. Et pour les flamands: bompa. Nu pas is me de oorsprong van dat woord duidelijk.





zondag 3 november 2013

Beminde Broeder

[Broechem, 28/10/1903]



Beminde Broeder,

Gij hebt gevraagt hoe het mee de Fannie is, héwel met vreugde kan ik U zeggen dat ze heel goed genezen is, ze kan weeral loopen gelijk een haas. De beesten gaan overdag nog altijd eenige uren uit. Gustaaf ge moest eens zien hoe groot de kalveren geworden zijn het is een pleizier om zien. Vader is van gedacht er nog bij te koopen.
Uwe liefhebbende zuster Clothilde